Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Als mijn professionele afnemer om een veiligheidsinformatieblad (VIB) vraagt, hoe snel moet ik deze dan leveren?

Artikel 31 (8) van REACH luidt: ‘Een veiligheidsinformatieblad wordt gratis op papier of elektronisch verstrekt uiterlijk op de datum waarop de stof of het mengsel voor het eerst is geleverd.’ Dit is de algemene regel voor situaties waarin levering van een VIB verplicht is.
Echter, als u geen VIB heeft meegeleverd met uw stof of mengsel omdat u gebruik maakt van de uitzondering op grond van artikel 31 (4) , en uw professionele afnemer vraagt alsnog om een VIB, dan kunt u hier uiteraard niet meer aan voldoen. Als u het VIB niet direct in voorraad heeft, dan zijn een paar dagen een redelijke periode om het VIB op te vragen bij de fabrikant en het door te sturen naar uw afnemer. Als een afnemer om een VIB vraagt terwijl hij een bestelling plaatst van de stof of het mengsel, dan ligt het voor de hand om de VIB met de zending mee te sturen.

Moet ik een veiligheidsinformatieblad (VIB) verstrekken als ik een stof of mengsel lever dat aan consumenten wordt verkocht?

Artikel 31 (4) van REACH zegt dat een veiligheidsinformatieblad niet hoeft te worden verstrekt voor aan het publiek aangeboden of verkochte gevaarlijke stoffen of mengsels die vergezeld gaan van voldoende informatie om gebruikers in staat te stellen de nodige maatregelen op het gebied van de bescherming van de gezondheid van de mens, de veiligheid en het milieu te nemen, tenzij een downstreamgebruiker of distributeur daarom vraagt.
Dit betekent concreet dat u geen VIB hoeft te leveren in alle situaties waarin de stof of het mengsel wordt aangeboden of verkocht in een samenstelling die voor consumenten is bedoeld, dus:

  • Als u zelf een stof of mengsel (bijvoorbeeld een fles terpentine) levert aan een consument. De informatie die een consument nodig heeft staat immers op het etiket.
  • Als u een stof of mengsel levert aan een professionele afnemer, die de stof of het mengsel vervolgens aan een consument verkoopt.
  • Als u een stof of mengsel levert aan zowel consumenten als professionele afnemers (bijvoorbeeld als u een bouwmarkt exploiteert en u levert verf aan beide). U hoeft in dit geval ook geen VIB aan uw professionele afnemer te leveren, tenzij deze daarom vraagt. Als de informatie voldoende is voor een consument om veilig met de stof of het mengsel te kunnen werken, zal dat in de regel ook voor professionele afnemers het geval zijn.
  • Als u een stof of mengsel levert aan een professionele afnemer die de stof of het mengsel levert aan zowel consumenten als aan professionele afnemers.
  • Als u een stof of mengsel levert aan een professionele afnemer en exact dezelfde stof of hetzelfde mengsel wordt via een andere toeleveringsketen aan consumenten aangeboden.

Let wel, in alle gevallen is de voorwaarde dat er voldoende informatie wordt geleverd om gebruikers in staat te stellen veilig (voor mens en milieu) met de stof of het mengsel om te gaan, bijvoorbeeld met een correct etiket. Bovendien geldt voor alle situaties dat u verplicht bent een VIB te leveren als uw professionele afnemer daarom vraagt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een professionele afnemer de stof of het mengsel op een andere manier gebruikt dan omschreven is in de begeleidende consumenteninformatie.

Wat moet ik als downstream-gebruiker met een veiligheidsinformatieblad (VIB) doen?

Wanneer u als downstreamgebruiker (afnemer) veiligheidsinformatiebladen ontvangt, moet u de hierin opgenomen gepaste maatregelen toepassen (en indien nodig aanbevelen aan uw afnemers) om de risico’s afdoende te beheersen. Wanneer blootstellingsscenario’s of daarvan afgeleide informatie wordt ontvangen, moet u controleren of uw gebruik binnen de gebruiksvoorwaarden daarvan valt. Binnen 12 maanden na het ontvangen van een VIB met een blootstellingscenario moeten de  genoemde noodzakelijke maatregelen zijn getroffen.

Als dit het geval is, dan houdt dit in dat het gebruik in de chemische veiligheidsbeoordeling van de registrant is opgenomen en als veilig is beoordeeld. Als dit niet het geval is, dan moet de downstreamgebruiker (afnemer) stappen nemen. Als werkgever dient u verder de relevante veiligheidsinformatie beschikbaar te stellen aan het personeel via bijvoorbeeld een WIK (werkplek instructiekaart).

Heeft een leverancier van stoffen en mengsels de verplichting om aan zijn klanten buiten de EU een veiligheidsinformatieblad (VIB) conform REACH te verstrekken?

Er is geen verplichting vanuit REACH voor leveranciers van stoffen om een VIB te verstrekken aan klanten buiten de EU. De uitleg hierbij is dat Artikel 31 (1) refereert aan ‘ontvangers van de stof of het mengsel’. Artikel 3 (34) van REACH definieert een ‘ontvanger van een stof of mengsel’ als een downstream-gebruiker of een distributeur die wordt bevoorraad met een stof of mengsel. Genoemde downstream-gebruikers en/of distributeurs zijn, conform de definities in Artikelen 3 (13) en 3 (14), natuurlijke of rechtspersonen welke gevestigd zijn binnen de EU. De verplichting van REACH artikel 31 om een VIB te verstrekken betreft dan ook alleen situaties waarin de ontvangers van de stof of het mengsel gevestigd zijn binnen de EU.

Let op! Het kan voorkomen dat een REACH-conform VIB verplicht wordt gesteld op grond van andere regelgeving dan REACH. Zo verplicht bijvoorbeeld Artikel 16 (3) van Verordening (EC) no. 689/2008 betreffende de export en import van gevaarlijke chemicaliën, waarin het Verdrag van Rotterdam PIC) in de EU wordt geïmplementeerd, bedrijven die bepaalde gevaarlijke chemische stoffen exporteren naar afnemers buiten de EU om een REACH-conform VIB te verstrekken bij export.

Wanneer moet een leverancier het veiligheidsinformatieblad (VIB) aanpassen?

Er geldt geen vaste houdbaarheidsdatum voor veiligheidsinformatiebladen (VIBs).

Als er  sprake is van wijzigingen als bedoeld in artikel 31, lid 9, van REACH, dan moet een bijgewerkte en gedagtekende versie van het VIB worden verstrekt aan alle afnemers aan wie de stof of het mengsel in de voorafgaande twaalf maanden werd geleverd. Elke aanpassing na de registratie bevat ook het registratienummer (Artikel 31 (9)van REACH).

Artikel 31, lid 9 zegt:
De leveranciers passen het onverwijld aan in de volgende gevallen:

  • zodra er nieuwe informatie die van invloed kan zijn op de risicobeheersmaatregelen of nieuwe informatie over de gevaren beschikbaar komt;
  • zodra een autorisatie is verleend of geweigerd;
  • zodra een beperking is opgelegd.

Zie verder het richtsnoer voor veiligheidsinformatiebladen.

Horen de blootstellingscenario’s bij een veiligheidsinformatieblad (VIB) ?

Ja, de blootstellingscenario’s maken formeel deel uit van een VIB en moeten dus beschikbaar gemaakt worden. Raadpleeg hiervoor uw brancheorganisatie. Misschien zijn er wel voorbeelden waar u gebruik van kunt maken.
Niet voor alle stoffen moeten er blootstellingscenario’s ontwikkeld te worden. Dat hoeft alleen voor stoffen die:

  • gevaarlijk zijn, zoals geregeld door de CLP-Verordening óf PBT- ofzPzB eigenschappen hebben, én
  • in hoeveelheden van > 10 ton/jaar worden geproduceerd 

Mag een veiligheidsinformatieblad (VIB) in het Engels worden meegeleverd?

Volgens Artikel 31(5) van REACH moet het VIB te worden verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar de stof wordt verhandeld. In Nederland dus in het Nederlands.

Hoe moet ik een veiligheidsinformatieblad (VIB) meeleveren?

Volgens Artikel 31 (8) van REACH mag het VIB in gedrukte vorm of elektronisch worden meegeleverd.

Moet ik oude veiligheidsinformatiebladen (VIBs) bewaren?

Er is geen rechtstreekse verplichting om VIB’s te bewaren maar het ligt wel voor de hand. Artikel 36 van REACH verplicht elke fabrikant, importeur, downstream-gebruiker of distributeur alle informatie die hij nodig heeft om aan zijn REACH-verplichtingen te voldoen tenminste 10 jaar te bewaren. Voor bedrijven die met stoffen werken (downstream-gebruikers) is dat met name informatie die betrekking heeft op risico’s en beheersmaatregelen en deze is te vinden in het VIB dat zij ontvangen. Ook leveranciers moeten informatie over de stoffen of mengsels die zij leveren tot 10 jaar na de laatste levering bewaren. Ook hier ligt het voor de hand om hiervoor de VIB’s te gebruiken. Bedrijven (gebruikers en leveranciers) zijn niet verplicht om oude versies van het VIB te bewaren, maar kunnen daar uit het oogpunt van aansprakelijkheid wel voor kiezen.

Wie is verantwoordelijk voor het opstellen van een veiligheidsinformatieblad (VIB) ?

Volgens Artikel 31 (1) van de REACH-verordening is de leverancier van een stof of mengsel verantwoordelijk voor het verstrekken van een VIB. De eerste in de keten die een VIB moet opstellen zal de Europese fabrikant van een stof, of de importeur van een stof of mengsel zijn. Europese formuleerders (bedrijven die mengsels maken) moeten met ontvangen bladen VIBs maken voor hun mengsels.

Overige leveranciers moeten ontvangen VIBs doorgeven aan hun afnemers (met al dan niet hun eigen naam erop), of op basis van de bladen eigen VIBs maken en leveren.

De VIB plicht geldt overigens lang niet voor alle stoffen of mengsels.

Met welke producten moet ik een veiligheidsinformatieblad (VIB) meeleveren?

De leverancier van een stof of een mengsel moet de afnemers een VIB conform Bijlage II van de REACH verordening verstrekken wanneer:

  • een stof volgens de CLP verordening is ingedeeld als 'gevaarlijk'
  • een mengsel is ingedeeld als gevaarlijk volgens de richtlijn Gevaarlijke preparaten (tot 1 juni 2015) en de CLP
  • een stof volgens REACH bijlage XIII ingedeeld is als 'persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT)' of als 'zeer persistent en zeer bioaccumulerend (zPzB)'
  • een stof is opgenomen op de kandidaatslijst van zeer zorgwekkende stoffen

Verder moet een leverancier zijn afnemer op diens verzoek een VIB leveren wanneer een mengsel overeenkomstig de Artikelen 5, 6 en 7 van Richtlijn 1999/45/EG niet aan de criteria voor indeling als 'gevaarlijk' voldoet, maar:

  • in een afzonderlijke concentratie van ≥ 1 gewichtsprocent voor niet-gasvormige mengsels en ≥ 0,2 volumeprocent voor gasvormige mengsels ten minste één stof bevat met gevaarlijke effecten voor de gezondheid of het milieu, of
  • in een afzonderlijke concentratie van ≥ 0,1 gewichtsprocent voor niet-gasvormige mengsels ten minste één stof bevat die persistent, bioaccumulerend en toxisch, of zeer persistent en sterk bioaccumulerend is volgens de criteria van bijlage XIII, of om andere dan de onder a) genoemde redenen is opgenomen in de kandidaatlijst van zeer zorgwekkende stoffen, of
  • een stof bevat waarvoor in de Gemeenschap grenzen voor de blootstelling op het werk zijn.

Een VIB hoeft niet te worden verstrekt aan consumenten. Volgens REACH  artikel 2 lid 6 hoeft een VIB ook niet verstrekt te worden bij de volgende voor de eindgebruiker bestemde mengsels in afgewerkte vorm:

  1. geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 726/2004 en Richtlijn 2001/82/EG vallen en die gedefinieerd zijn in Richtlijn 2001/83/EG;
  2. cosmetische producten, als gedefinieerd in Richtlijn 76/768/EEG;
  3. medische hulpmiddelen die binnendringend zijn of in direct contact komen met het lichaam, voor zover er communautaire voorschriften voor de indeling en kenmerking van gevaarlijke stoffen en mengsels voorhanden zijn die eenzelfde niveau van informatie en bescherming verzekeren als Richtlijn 1999/45/EG;
  4. in levensmiddelen of veevoeder overeenkomstig Verordening (EG) nr. 178/2002, mede bij gebruik::
    i)  als levensmiddelenadditief in voor menselijke voeding bestemde waren die  binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 89/107/EEG vallen;
    ii) als aroma in levensmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 88/388/EEG en Beschikking 1999/217/EG vallen;
    iii) als toevoegingsmiddel voor diervoeding die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1831/2003 valt;
    iv) in diervoeding die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 82/471/EEG  valt. 

Wat is een CSR (Chemical Safety Report / chemisch veiligheidsrapport)?

Een CSR wordt opgesteld als onderdeel van de REACH registratie van een gevaarlijke stof als het marktvolume van die stof 10 ton/jaar of meer is. Een CSR bevat onder andere voor elk gebruik een risicobeoordeling van de blootstelling en is specifiek bedoeld voor de registratie. Bij het opstellen van het VIB moet de informatie uit het CSR worden meegenomen. Ook downstream gebruikers kunnen verplicht zijn een CSR op te stellen voor gebruiken die niet zijn geïdentificeerd (meegenomen in de REACH registratie) door de registrant. Als drempel geldt dan overigens 1000 kg/ jaar.

Een mengsel bestaat voor ca. 70% uit gevaarlijke stoffen. Moet dan in het veiligheidsinformatieblad (VIB) aangegeven worden dat de overige 30% geen gevaarlijke stof(fen) zijn?

Volgens bijlage II. 3.2 van de REACH verordening is dit niet verplicht. Het mag wel. Lees verder voor meer informatie. Volledigheidshalve merken we hierbij nog op dat op grond van §3 ook ongevaarlijke stoffen in een VIB opgenomen moeten worden als daarvoor wettelijke grenswaarden voor de blootstelling gelden. Voor .

Mijn gebruik staat niet op het veiligheidsinformatieblad (VIB).

Neem contact op met uw leverancier. Vraag hem het gebruik alsnog op te nemen. Als uw gebruik niet wordt ondersteund, dan mag u dat gebruik alleen toepassen als u zelf de veiligheid heeft aangetoond. Voor meer informatie. Dit laatste geldt alleen in geval van gevaarlijke stoffen waarvoor de leverancier een verplichting had een chemisch veiligheidsrapport op te stellen en die u tevens in hoeveelheden van 1000 kg/ jaar of meer gebruikt..

Hoe moet ethanol (in een mengsel of op zichzelf) ingedeeld worden?

De indeling in Bijlage VI van de CLP is wettelijk bindend bij het in de handel brengen van stoffen en mengsels in Europa. Een leverancier moet een stof indelen en etiketteren voor de
gevaarcategorieën die in Bijlage VI van de CLP voor de betreffende stof staan. Voor gevaarcategorieën die voor de stof niet in de Bijlage VI van de CLP staan, moet de leverancier de stof zelf
indelen (zelfclassificatie) op basis van alle beschikbare informatie. Dit betekent voor ethanol het volgende: in Bijlage VI van de CLP heeft ethanol een wettelijk bindende indeling als Flam. Liq. 2
(H225) en geen wettelijke bindende indeling voor de gevaarcategorie kankerverwekkend. De leverancier moet deze zelf indelen. Bij deze indeling moet rekening gehouden worden met de
opinies van SZW en de gezondheidsraad maar de uiteindelijke indeling blijft de eigen verantwoordelijkheid van de leverancier. Op het veiligheidsinformatieblad (VIB) moet de juiste etikettering staan op basis van
de zelfclassificatie door de leverancier. De vermelding op de SZW-lijst moet zijn opgenomen in rubriek 15 van het VIB.

Voor meer informatie over waarom een stof door verschillende leveranciers ander kan worden ingedeeld, verwijzen we u naar hoofdstuk 1 in Tips voor gebruikers van chemische stoffen op de werkplek.