Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Wat kan ik als downstream gebruiker doen om een stof die geregistreerd is als vervoerd geïsoleerd tussenproduct toch zonder de strikt gecontroleerde condities toe te passen?

Als downstream gebruiker kunt u de volgende acties nemen:

  • Overleg met uw leverancier over de mogelijkheid om (althans voor het deel van het door uw leverancier vervaardigde of geïmporteerde volume dat u afneemt) een volledige registratie te doen.
  • Ga op zoek naar een andere leverancier die een volledige registratie van de stof heeft gedaan om uw gebruik door betreffende registratie af te laten dekken. Neem eventueel daarvoor contact op met ECHA

Is een downstream gebruiker voor het vaststellen van de risicobeheersmaatregelen (RMM) verplicht informatie te geven over de bedrijfsvoering aan een (potentiële) registrant van vervoerde geïsoleerde tussenproducten?

Nee, dat is niet verplicht. Downstream gebruikers hoeven op grond van vertrouwelijkheid geen details over hun bedrijfsvoering te overleggen aan de registrant. De downstream gebruiker kan dan volstaan met een bevestiging dat hun bedrijfsvoering in lijn is met de voorgestelde risicobeheersmaatregelen. De registrant van een vervoerd geïsoleerde tussenproduct moet wel bij de registratie de risicobeheersmaatregelen specificeren in overleg met zijn downstream gebruikers (artikel 18 lid 4).

Overleg tussen registrant en zijn afnemers (downstream gebruikers) is vanuit REACH geen formele eis maar wel noodzakelijk. Een downstream gebruiker moet namelijk bevestigen dat hij voldoet aan de strikt gecontroleerde condities (SCC) anders mag de registrant de stof niet als vervoerd geïsoleerd tussenproduct registreren (artikel 18). Alle actoren in de keten van vervoerde geïsoleerde tussenproducten moeten de risicobeheermaatregelen die voor hen gelden documenteren en op verzoek overleggen aan de nationale handhavingautoriteiten.

Moet een registrant aanvullende informatie indienen bij het ECHA als het tonnage van een al (volgens artikel 17 of 18) geregistreerd geïsoleerd tussenproduct wijzigt?

Een registrant van geïsoleerde tussenproducten hoeft het registratiedossier normaal gesproken niet aan te passen bij verandering van het tonnage. Maar in de volgende gevallen is het wel nodig om het dossier te actualiseren::

  • Als de tonnagegrens van 1000 ton/jaar wordt overschreden. In dat geval moet hij de informatie volgens Annex VII van REACH overleggen. Dit hoeft niet als de informatie al in het dossier aanwezig is (artikel 22).
  • Als de registrant stopt met de productie of invoer van de geïsoleerde tussenproducten. In dit geval dient de registrant ECHA te informeren en alle informatie die hij nodig heeft (gehad) om zijn verplichtingen onder REACH te vervullen beschikbaar te houden gedurende ten minste tien jaar nadat hij de stof als zodanig of in een mengsel voor het laatst heeft geproduceerd, ingevoerd, geleverd of gebruikt. Let wel, de periode van 10 jaar gaat pas in op het moment dat de registrant daadwerkelijk stopt met de vervaardiging, import en levering en gebruik van de stof (artikel 36). 

Ik ben downstream gebruiker en gebruik een stof die is geregistreerd als vervoerd geïsoleerd tussenproduct. Mijn leverancier heeft me niet geïnformeerd over de SCC.

De leverancier moet voor registratie weten dat zijn afnemer(s) aan de SCC voldoen. Hij moet vóór de registratie de SCC afstemmen met de gebruikers van de stof. Doet hij dat niet en hij blijft leveren, dan is zijn registratie volgens artikel 18 ongeldig. Hij moet in dat geval een volledige registratie volgens artikel 10 indienen en tot er een registratie heeft plaatsgevonden stoppen met het op de markt brengen van deze stof (artikel 18).

Wanneer moet ik het registratienummer van een stof doorgeven aan mijn afnemers?

Dat is afhankelijk van de situatie. De volgende drie situaties worden onderscheiden:

1. Als het een eerste levering betreft
Bij een eerste levering van een stof bent u verplicht om het registratienummer via het VIB (indien beschikbaar) door te geven.
2. Als het een levering aan een bestaande afnemer betreft
Bij levering aan bestaande afnemers kunt u het registratienummer doorgeven op het moment dat u het VIB actualiseert. In artikel 31 lid 9 staat wanneer u een geactualiseerd veiligheidsinformatieblad aan afnemers moet verstrekken.
Registratie houdt niet per se de verplichting in om het registratienummer direct door te geven aan bestaande afnemers. Wel moet na registratie het registratienummer worden verstrekt bij de eerste verplichte aanpassing van het veiligheidsinformatieblad (VIB). Voor meer informatie over aanpassing van het VIB, zie het hoofdstuk "Veiligheidsinformatieblad (VIB)" .
3. Als een veiligheidsinformatieblad (VIB) wordt vereist (artikel 31)
Op grond van artikel 31 lid 1 is de leverancier van een stof of mengsel verplicht de afnemer van een stof of mengsel een Veiligheidsinformatieblad te verstrekken als
a. een stof of mengsel voldoet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk overeenkomstig Richtlijn 667/548/EEG of Richtlijn 1999/45/EEG, of
b. als een stof persistent, bioaccumulerend en toxisch, danwel zeer persistent en sterk bioacummulerend is volgens de criteria in Bijlage XIII van de REACH Verordening, of
c. als de stof om andere dan onder a) of b) genoemde redenen is opgenomenin de overeenkomstig artikel 59, lid 1, opgestelde lijst.

Als een VIB niet verplicht is - bijvoorbeeld bij niet-ingedeelde stoffen -, dan moet u het registratienummer (indien beschikbaar) gratis op papier of elektronisch verstrekken als u uw afnemers van de volgende informatie moet voorzien:

  • de stof is autorisatieplichtig en er zijn bijzonderheden voor de toeleveringsketen over verleende of geweigerde autorisaties;
  • er zijn bijzonderheden over opgelegde beperkingen;
  • er is andere beschikbare informatie over de stof die nodig is voor de vaststelling en toepassing van passende risicobeheersmaatregelen, inclusief de specifieke omstandigheden die uit de toepassing van bijlage XI, punt 3, voortkomen (artikel 32).

Distributeurs of downstreamgebruikers mogen uit concurrentieoverwegingen onder bepaalde voorwaarden de laatste vier cijfers van het registratienummer weglaten. Dit is het deel van het registratienummer dat naar de individuele registrant van een gezamenlijke indiening van de registratie verwijst. Zie voor de voorwaarden:  bijlage II, sectie 3 (wijziging van 31 mei 2010 via Verordening No. 453/2010.