Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Uw zoekopdracht heeft 4 resultaten opgeleverd

Hoe weet ik als importeur of alle gebruiken die in de registratie meegenomen moeten worden ook aan mij bekend zijn gemaakt?

Een importeur (van stoffen of mengsels) moet zelf bepalen of alle stoffen die hij invoert onder de REACH registratieplicht vallen en welke gebruiken meegenomen moeten worden in de registratie. In veel gevallen zullen importeurs producten voor een bepaald doel in de markt zetten. Hiervoor is afstemming met de afnemers nodig.

Wat is geïdentificeerd gebruik?

Geïdentificeerd gebruik is het gebruik van een stof of een mengsel, zoals dat door een bedrijf in de toeleveringsketen wordt gebruikt. Hieronder valt ook zijn eigen gebruik, of het gebruik waarvan hij door een directe downstreamgebruiker schriftelijk op de hoogte is gesteld (zie vragen over communicatie in de keten).

Van geïdentificeerd gebruik van een stof is sprake als de gegevens over het gebruik van de stof bij de registratie van de stof zijn opgenomen in het technisch dossier, dat men verplicht is om in te dienen. Als een fabrikant of importeur een bepaald gebruik als geïdentificeerd beschouwt, dan is het specifieke gebruik van de stof in het registratiedossier meegenomen. Als het om een gevaarlijke stof gaat moet de registrant in het registratiedossier de blootstelling (aan zowel de mens als het milieu) beoordelen die het gevolg zijn van de geïdentificeerde gebruiken. Het dossier bevat dan ook aanbevelingen voor risico beperkende maatregelen die de downstreamgebruikers moeten treffen. Dit zal via de veiligheidsinformatiebladen gecommuniceerd moeten worden.

Voor welke stoffen is REACH van toepassing?

Behoudens enkele specifieke categorieën van stoffen vallen alle stoffen onder REACH. Het gaat hierbij niet alleen om stoffen, al dan niet verwerkt in een mengsel, maar ook om stoffen in voorwerpen.
De volgende stofgroepen en handelingen zijn geheel uitgezonderd van REACH (art 2):

  • Radioactieve stoffen
  • Stoffen die onder douanetoezicht vallen
  • Niet-geïsoleerde tussenproducten (zie het Richtsnoer voor tussenproducten)
  • Vervoer van (gevaarlijke) stoffen
  • Afvalstoffen

Daarnaast zijn de volgende stofgroepen vrijgesteld van belangrijke bepalingen (titels II, V, VI en VII) van REACH

  • Stoffen die via specifieke Europese regels al worden gereguleerd:
  • stoffen in geneesmiddelen en diergeneesmiddelen
  • stoffen in levensmiddelen (incl. additieven en aromastoffen)
  • stoffen in diervoeder (incl. toevoegmiddelen in veevoeding en diervoeding)
  • werkzaame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Voor specifieke informatie over de uitzonderingen verwijzen wij naar de artikelen 2 en 15 en bijlage IV en V van de Verordening.

Stoffen waarvan bekend is dat ze geen risico's veroorzaken (zoals glucose). Zie bijlage IV van de REACH Verordening voor de lijst met vrijgestelde stoffen.

Stoffen waarvan registratie niet nodig wordt geacht (bijvoorbeeld in de natuur voorkomende stoffen als aardgas, aardolie en steenkool); Zie bijlage V van de Verordening voor de lijst met vrijgestelde stoffen.
Bij het gebruik maken van een uitzondering is het is de verantwoordelijkheid van bedrijven om, in geval van controles, aan te tonen dat in hun specifieke situatie sprake is van een uitzondering.

Waar kan ik de eisen vinden die een Europese lidstaat, buiten Nederland, stelt aan het etiket voor een verpakking voor uw product?

Nee, volgens artikel 37 hebben downstreamgebruikers het recht een bepaald gebruik aan een fabrikant of importeur mee te delen om daar een geïdentificeerd gebruik van te maken. Als het gebruik van een stof niet bij de registratie wordt meegenomen, dan moeten downstreamgebruikers zelf een chemisch veiligheidsrapport opstellen. Op deze verplichting bestaan de volgende uitzonderingen:

  • als er volgens artikel 31 van de REACH Verordening geen verplichting bestaat om een veiligheidsinformatieblad te verstrekken;
  • als leveranciers niet verplicht zijn om volgens artikel 14 van de REACH Verordening een chemisch veiligheidsrapport op te stellen;
  • als de gebruikte hoeveelheid van de stof of het mengsel minder dan 1 ton per/jaar bedraagt
  • als downstreamgebruikers een blootstellingscenario toepassen of aanbevelen dat ten minste de voorwaarden omvat die beschreven zijn in het aan hem in het veiligheidsinformatieblad verstrekte blootstellingscenario;
  • als de concentratie van stof in een mengsel lager is dan de concentraties die zijn vermeld in artikel 14, lid 2.
  • als de stof gebruikt wordt voor onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procédés, en de risico's voor de gezondheid van de mens en voor het milieu worden afdoende beheerst, overeenkomstig de wettelijke voorschriften inzake de bescherming van werknemers en het milieu.