Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Uw zoekopdracht heeft 4 resultaten opgeleverd

Waar moet u een verzoek indienen voor het gebruik van een alternatieve chemische naam op het etiket of in het veiligheidsinformatieblad (VIB) voor een stof in een mengsel?

Als u uw mengsel vóór of na 1 juni 2015 volgens CLP hebt ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt, dan moet u uw verzoek indienen bij ECHA. Het indienen van een verzoek is niet kosteloos. Raadpleeg de legesverordening No 440/2010 voor een overzicht van de kosten. Als u tot 1 juni 2015 uw mengsel nog niet heeft ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt conform CLP, dan gelden de bepalingen van het systeem van indeling en etikettering volgens arti kel 15 van Richtlijn 1999/45/EG (Preparatenrichtlijn). In dat geval moet u uw verzoek richten aan de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit. Dit verzoek is gratis. Verzoeken die vóór 1 juni 2015 volgens de Preparatenrichtlijn zijn goedgekeurd, blijven ook na 1 juni 2015 onder CLP geldig. In dat geval is het gebruik van de alternatieve chemische naam onder CLP toegestaan.

Zie voor meer informatie ook hoofdstuk 20 van het inleidend richtsnoer voor de CLP-verordening en de website van ECHA.

Hoe moet ik omgaan met de ATP's van de Stoffenrichtlijn (67/548/EEG) die de Europese Commissie heeft gepubliceerd?

De wijzigingen in bijlage I van 67/458 (via de ATP's), zijn inmiddels via een 1e ATP van de CLP Verordening doorgevoerd in bijlage VI. Deze wijzigingen zijn pas wettelijk bindend op 1 december 2010. Dit staat in de tekst van 1e ATP. Bedrijven mogen de informatie uit de latere ATP's  wel gebruiken (bijvoorbeeld voor de omzetting naar de nieuwe CLP classificatie) maar dat is niet verplicht. Hetzelfde geldt voor het opnemen van de informatie in het Veiligheidsinformatieblad. De Europese commissie adviseert bedrijven dit zeker te doen wanneer sprake is van stoffen die nog niet in bijlage VI van CLP staan.

Onder de Stoffenrichtlijn werd op etiketten de term ‘stof nog niet volledig getest’ of ‘niet volledig geteste stof’ gebruikt. Hoe moet ik daarmee omgaan onder CLP?

Onder CLP is het niet toegestaan om de tekst ‘stof nog niet volledig getest’ of ‘niet volledig geteste stof’ op een etiket te gebruiken.
De verplichting om op het etiket de waarschuwing ‘niet volledig geteste stof’ te vermelden, gold onder de Stoffenrichtlijn (67/548/EEG) tot 1 juni 2008. Deze verplichting was van toepassing op nieuwe stoffen met een kennisgevingplicht. Alleen stoffen met een marktvolume minder dan 1 ton per jaar en voor tussenproducten met een beperkt testpakket vielen onder deze bepaling. De betreffende bepaling in de Stoffenrichtlijn is per 1 juni 2008 vervallen en daarmee ook de verplichting om op etiket te vermelden dat stof niet volledig is getest.

Echter, bij de indeling van een mengsel geldt in geval van acute toxiciteit het volgende: wanneer van een bestanddeel geen bruikbare informatie beschikbaar is en de concentratie daarvan in het mengsel is ten minste 1% dan mag op het etiket en in het veiligheidsinformatieblad de volgende aanvullende tekst staan: ‘Het mengsel bestaat voor x procent uit bestanddelen waarvan de giftigheid niet bekend is’ (zie bijlage I sectie 3.1.3.6.2.2).

Wat is de SZW-Lijst van kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting giftige stoffen (hierna: de SZW-lijst)?

De SZW-lijst bestaat uit die stoffen die op grond van EU-criteria door Europa of door de Gezondheidsraad zijn ingedeeld als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting of combinaties van deze indelingen.

De SZW-lijst geeft invulling aan de volgende wettelijke termen:

  • kankerverwekkende stoffen (art 4.11, onderdeel b Arbeidsomstandighedenbesluit)
  • kankerverwekkende processen (art 4.11, onderdeel c Arbeidsomstandighedenbesluit)
  • mutagene stoffen (art 4.11, onderdeel d Arbeidsomstandighedenbesluit)
  • voor de voortplantingvergiftige stoffen (art 4.2a Arbeidsomstandighedenbesluit)

Deze stoffen worden ook wel gezamenlijk aangeduid als CMR-stoffen: carcinogene (kankerverwekkende), mutagene en reprotoxische stoffen) Deze niet-limitatieve lijst helpt de werkgevers om aan hun Arbo-verplichtingen voor CMR-stoffen te voldoen. Stoffen met deze eigenschappen moeten door bedrijven volgens een apart Arbo regime worden behandeld. Ga voor meer informatie hierover naar de betreffende

Deze niet-limitatieve lijst helpt de werkgevers om aan hun Arbo-verplichtingen te voldoen voor CMR-stoffen. Stoffen met deze eigenschappen moeten door bedrijven volgens een apart Arbo regime worden behandeld. Ga voor meer informatie hierover naar de betreffende pagina in het Arboportaal. Het is op grond van Hoofdstuk 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit de taak van de werkgever om afdoende beschermende maatregelen te treffen.

De Arbo-verplichtingen voor CMR-stoffen gelden voor alle als zodanig in te delen stoffen. Ze  zijn dus ook van toepassing op stoffen die (nog) niet door de EU of de Gezondheidsraad zijn ingedeeld. Echter, een bedrijf beschikt over stofinformatie op basis waarvan een indeling van de stof als kankerverwekkende (C), mutageen (M) of voor de voortplanting giftig volgt (bijvoorbeeld op basis van een veiligheidsinformatieblad verstrekt door een leverancier). Als een stof aan de EU-criteria voldoet, moet deze als zodanig worden behandeld.