Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Uw zoekopdracht heeft 5 resultaten opgeleverd

Heeft de Enige Vertegenwoordiger, Only Representative, onder CLP een meldingsplicht?

Nee, de Enige Vertegenwoordiger heeft geen rol onder CLP. Onder REACH is hij verantwoordelijk voor de registratie van stoffen die door niet-EU fabrikanten worden gemaakt. Bij de registratie is hij verplicht de informatie over de indeling en etikettering van een stof in het registratiedossier te vermelden. Als het dossier gegevens bevat over de classificatie volgens de Stoffenrichtlijn, moet hij het dossier volgens artikel 22 van REACH actualiseren en CLP classificatie vermelden.
De meldingsplicht ligt dus bij de individuele importeurs van de stof. Als zodanig hebben zij onder CLP ook de verplichtingen van importeurs. Opmerking: in geval van een enige vertegenwoordiger, hebben die importeurs onder REACH, de rol van downstream gebruiker.

Moeten voorwerpen worden ingedeeld voordat ze op de markt worden gebracht?

Nee, normaal gesproken niet. De verplichting om voorwerpen in te delen, geldt alleen voor fabrikanten of importeurs van bepaalde explosieve voorwerpen die voldoen aan de definitie van deel 2.1 van bijlage I van de verordening. Deze verplichting geldt ook voor fabrikanten en importeurs van voorwerpen die stoffen bevatten die vallen onder de registratie- of meldingsplicht van REACH (artikel 6, 7 en 9). Dit voor zover die stoffen niet voor dat gebruik zijn geregistreerd (art. 4, lid 2). Hieronder valt ook de indeling van de stoffen in voorwerpen die gebruikt worden voor onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés (PPORD).

Als importeur breng ik stoffen in de handel en heb ik de verplichting deze in te delen en te etiketteren. Ben ik daarnaast ook verplicht ECHA in kennis te stellen?

Ja, u bent verplicht om elke indeling en etikettering van stoffen die u in de handel brengt te melden aan ECHA. Stoffen die u op of na 1 december 2010 in de handel brengt, moet u uiterlijk 1 maand na die datum aan ECHA melden. Stoffen die voor 1 december 2010 in de handel zijn gebracht, konden u al voor die datum worden gemeld
Als de informatie voor de melding al aan ECHA is gegeven in het kader van een registratie dan vervalt de meldingsplicht. Voor meer informatie zie de volgende pagina van de CLP website.

Wat betekent het voor de indeling van een stof als de stof op de SZW-lijst afwijkend (minder streng of strenger) is ingedeeld dan in Annex VI van de CLP?

De indeling in Annex VI is wettelijk bindend voor het in de handel brengen van stoffen en mengsels, alsmede voor de registratie van stoffen onder REACH. Een leverancier moet een stof indelen en etiketteren voor de gevaar categorieën die in Annex VI voor de desbetreffende stof staan vermeld. Voor gevaar categorieën die voor de stof niet in de Annex VI staan, moet de leverancier de stof zelf indelen op basis van alle beschikbare informatie. Bij deze zelfclassificatie  moet hij ook de indeling op de SWZ-lijst meenemen..

Op de SZW-lijst staat – op advies van de Gezondheidsraad - een groot aantal stoffen vermeld. De Gezondheidsraad heeft dit advies uitgewerkt in een rapport. Een afwijking van het advies van de Gezondheidsraad moet worden onderbouwd met informatie.

Los van de verplichting om de stof zelf in te delen heeft de leverancier de mogelijkheid bij ECHA een voorstel voor geharmoniseerde classificatie in te dienen.

Zie voor meer informatie de ECHA website en de rubriek op deze website.

Zijn dierproeven nodig voor gezondheid en milieu indelingen conform de CLP verordening?

CLP  bevat geen verplichting om dierproeven uit te voeren voor het indelen van stoffen. In de verordening staat duidelijk dat het uitvoeren van nieuwe dierproeven alleen is toegestaan als alle andere mogelijkheden om betrouwbare en adequate informatie te genereren voor de indeling zijn benut. Dit omvat ook het toepassen van de regels hiervoor uit deel 1 van bijlage XI van de REACH verordening. Deze regels refereren aan het gebruik van bestaande informatie, het gebruik van testgegevens die niet zijn verkregen op basis van GLP (Good Laboratory Practice), het gebruik van historische gegevens in de mens, het toepassen van weight of evidence en het gebruik van (Q)SAR, in-vitro methoden en read across. Om de criteria toe te passen is de beoordeling door materiedeskundigen vereist. Dit geldt bijvoorbeeld voor de evaluatie van beschikbare testgegevens waarop de geldende criteria niet direct toepasbaar zijn of het gebruik van beschikbare gegevens van mengsels vergelijkbaar aan het in te delen mengsel. Testen met apen zijn verboden.

Wat mengsels betreft, geeft CLP in Bijlage I van de Verordening rekenregels voor het indelen van mengsels voor gezondheids- en milieugevaren op basis van de concentraties en voor indeling van de ingrediënten van het mengsel. Hiermee worden dierproeven voorkomen.

CLP verlangt geen dierproeven. Testgegevens kan onderdeel kan zijn van de REACH registratie van stoffen welke voor stoffen in principe de juiste indeling/ classificatie moet genereren.