Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

De PGS-15 verwijst voor de opslag van CMR-stoffen naar de indeling van de stoffen genoemd in Annex VI van CLP en de SZW-lijst van kankerverwekkende, mutagene, en voor voortplanting giftige stoffen. Hoe moet een bedrijf of vergunningverlener hiermee omgaan

Bij de beoordeling van de opslagsituatie moet zowel de indeling van de stof in Annex VI als de indeling op de SZW-lijst worden meegenomen. Dit volgt uit de definitie van de CMR stoffen in PGS15. Hierbij is het noodzakelijk uit te gaan van de meest strenge indeling van een stof.

Hoe moet ik omgaan met de ATP's van de Stoffenrichtlijn (67/548/EEG) die de Europese Commissie heeft gepubliceerd?

De wijzigingen in bijlage I van 67/458 (via de ATP's), zijn inmiddels via een 1e ATP van de CLP Verordening doorgevoerd in bijlage VI. Deze wijzigingen zijn pas wettelijk bindend op 1 december 2010. Dit staat in de tekst van 1e ATP. Bedrijven mogen de informatie uit de latere ATP's  wel gebruiken (bijvoorbeeld voor de omzetting naar de nieuwe CLP classificatie) maar dat is niet verplicht. Hetzelfde geldt voor het opnemen van de informatie in het Veiligheidsinformatieblad. De Europese commissie adviseert bedrijven dit zeker te doen wanneer sprake is van stoffen die nog niet in bijlage VI van CLP staan.

Wat is de relatie van CLP met het ADR?

Zowel CLP als de transportregelgeving zijn gebaseerd op afspraken die op VN-niveau zijn gemaakt. CLP richt zich echter op de levering en het gebruik van chemische stoffen en mengsels in Europa. De afspraken voor transport zijn bindend en wereldwijd geharmoniseerd in transportregelgeving, zoals het ADR. Veel van de VN-GHS criteria - in het bijzonder de fysische gevarenklassen - zijn al geïmplementeerd in het ADR. Er zijn echter ook verschillen: zo ontbreken de criteria voor CMR-stoffen in het ADR en komen de gevarensymbolen niet overeen. Deze symbolen hebben een andere kleur dan de symbolen op gebruiksverpakkingen. De criteria voor de meeste classificaties zijn nu echter wel gelijk.

 ADR en CLP indelingen komen overeenkomen waar het dezelfde gevarenklasse betreft. Omdat ADR een ander doel heeft zijn er echter minder gevarenklassen relevant voor ADR.

Wordt de PGS-15 aangepast aan CLP?

De PGS15 richtlijn voor opslag van verpakte gevaarlijke stoffen is gebaseerd op in eerste instantie de ADR (transport) indeling van producten. Alleen wat betreft CMR stoffen werd verwezen naar de voormalige stoffen-richtlijn. In 2011 is PGS15 aangepast en wordt voor wat betreft CMR stoffen (categorie 1A en 1B) verwezen naar PGS15 (2011) en inmiddels naar CLP.

Voor enkele stoffen veranderen de drempelwaarden onder CLP. Welke gevolgen heeft dit voor de drempelwaarden onder het BRZO?

Bijlage 1 van het BRZO verwees voor de indeling van stoffen en mengsels naar de Stoffenrichtlijn (67/548/EEG) en de Preparatenrichtlijn (1999/45/EG). Nu deze richtlijnen zijn vervangen door CLP, en chemische producten onder CLP mogelijk een andere indeling hebben gekregen, heeft CLP gevolgen voor Brzo.

Het huidige BRZO (2015) is gebaseerd op de Seveso III richtlijn. Op Europees niveau zijn  de consequenties van CLP op de Seveso richtlijn  beoordeeld en is de Seveso richtlijn aangepast. Met de aanpassing is getracht de gevolgen van CLP minimaal te houden (wat het aantal bedrijven binnen de scope van de richtlijn betreft) en de bescherming gelijk. Bedrijven moeten zelf beoordelen of de nieuwe Brzo 2015 al dan niet gevolgen voor hen heeft. Lees hier voor meer informatie.

Is bekend wanneer het ADR wordt aangepast zodat de etikettering en indeling gelijk is aan CLP?

Het ADR wordt niet aangepast aan CLP. Na de invoering van CLP blijft de transportindeling en -etikettering hetzelfde. Het ADR beschrijft de criteria voor indeling en etikettering bij het transport van gevaarlijke stoffen en mengsels. CLP beschrijft de criteria voor indeling en etikettering bij de levering en het gebruik van stoffen en mengsels.  Meer informatie over de gevarenindeling voor transportclassificatie is te vinden op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport.