Veelgestelde vragen

U bent hierHomeVeelgestelde vragen

Resultaten

Als ik gebruik maak van voorgedrukte diamanten met een rode rand mag ik dan de 'extra'ndiamanten leeg laten?

De gevarenpictogrammen zijn specifiek bedoeld om de informatie over gevaarlijke stoffen en mengsels te communiceren. Op het etiket mag dus alleen informatie staan die in dat kader relevant is (zie daarvoor artikel 17). In de praktijk gebruiken bedrijven vaak voorgedrukte etiketten met lege diamanten die in een tweede stap door middel van printen worden voorzien van de vereiste gevarenpictogrammen. Hierbij kunnen een of meerdere lege diamanten overblijven op het etiket. Deze 'extra' lege diamanten kunnen twijfel zaaien en mogen dus niet op het etiket zichtbaar zijn (zie artikel 25, lid 3). Als het gebruik van lege diamanten niet te voorkomen is, dan is het de aanbeveling om deze in zijn geheel met een egaal zwart vlak af te dekken (overprinten). Dit is nodig om verwarring of twijfel over de interpretatie van lege diamanten te voorkomen.

Waar kan ik de nieuwe R- en S-zinnen vinden?

De R- en S-zinnen zijn na de  inwerkingtreding van de CLP verordening vervangen door H-, EUH- en P-zinnen. Deze H-, EUH- en P-zinnen staan in twee bijlagen van de verordening. In annex III staan de H- en EUH-zinnen. In annex IV kunt u de nieuwe P-zinnen terugvinden. De definitieve versie van de van de CLP verordening (november 2008) kunt u downloaden op de pagina Wetgeving.

Kan ik zondermeer de oude pictogrammen op het etiket vervangen door de nieuwe pictogrammen?

Nee, dit kan niet. Naast andere eisen aan de etikettering van gevaarlijke stoffen en mengsel, gelden er ook andere criteria om stoffen en mengsels in te delen (bijlage I van de verordening). Als u een fabrikant, importeur of downstreamgebruiker bent, dan moet u de stoffen of mengsels opnieuw beoordelen. Voor stoffen moest dit uiterlijk op 1 december 2010 gebeuren. Voor mengsels is de deadline 1 juni 2015. Zie ook.  Zie ook de overgangsperiode op website.

Hoe kan ik aan het etiket zien dat ik te maken heb met een CMR-stof?

Op het etiket van een CMR-stof moet altijd het pictogram GHS08 (Radient Man) gecombineerd met de H-zin van de bijbehorende gevarenklasse staan. Daarnaast moet het etiket ook het signaalwoord 'gevaar' of 'waarschuwing' vermelden. Welk signaalwoord op het etiket staat is afhankelijk van de gevarencategorie (1A, 1B of 2). De gevarencodes H340, H350 en/of H360 worden gebruikt bij CMR stoffen categorie 1A of 1B (de zwaarste categorieën). Voor categorie 2 worden de gevarencodes H341, H351 en H361 gebruikt. De gevarencategorieën met bijbehorende H-zin en signaalwoord zijn terug te vinden in Bijlage I, tabel 3.5.3 (mutagene stoffen), tabel 3.6.3 (kankerwerkende stoffen) en tabel 3.7.3 (reprotoxische stoffen). Als voor een CMR-stof een geharmoniseerde indeling bestaat, moet deze indeling op het etiket staan. Geharmoniseerde indelingen zijn te vinden in Bijlage VI.

Worden de P-zinnen in de CLP-inventaris vermeld?

Nee, de P-zinnen (voorzorgsmaatregelen) staan niet in de CLP-inventaris. Dit komt omdat de P-zinnen direct gekoppeld zijn aan de geïdentificeerde vormen van gebruik van de stof of het mengsel. Leveranciers moeten deze zelf vaststellen. Dit kan aan de hand van de criteria uit de CLP-verordening. De bepalingen over de veiligheidsaanbevelingen staan in artikel 22 en 28 van de verordening. De tabellen in Bijlage I (deel 2 t/m 5) bevatten voor elke gevarenklasse een lijst van mogelijk P-zinnen. De volledige lijst met P-zinnen met criteria staat in Bijlage IV. Hoofdstuk 7 van de Richtsnoer voor etikettering en verpakking geeft een toelichting hoe u het juiste aantal P-zinnen kunt selecteren.

Waar vind ik de originele pictogrammen die ik kan gebruiken voor nieuw te maken etiketten?

De officiële pictogrammen staan in de bijlage V van de Europese verordening. Deze bijlage kunt u downloaden op de pagina Wetgeving. De pictogrammen in drukformaat zijn te downloaden van de UN-website.

Waarom staan in tabel 3.1 van Annex VI geen veiligheidsaanbevelingen (in de vorm van P-zinnen)?

De P-zinnen zijn niet standaard opgenomen omdat ze worden vastgesteld aan de hand van de criteria uit bijlage IV, deel 1. Ook zijn ze gekoppeld aan de beoogde of geïdentificeerde vormen van gebruik van de stof of het mengsel. Dat is dus maatwerk en bedrijven zijn verplicht de P-zinnen voor stoffen waarvoor een geharmoniseerde indeling bestaat, zelf af te leiden. Artikel 22 en 28 geven een toelichting op hoe bedrijven de veiligheidsaanbevelingen kunnen kiezen. Bijlage IV bevat de criteria hiervoor. Bijlage I (deel 2 t/m 5) bevat voor elke gevarenklasse een volledige lijst van mogelijke P-zinnen. Het Richtsnoer voor etikettering en verpakking in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1272/2008 geeft een toelichting op hoe het juiste aantal P-zinnen kan worden geselecteerd.

Bestaat er een prioriteitsvolgorde voor de P-zinnen?

In artikel 22 en 28 van CLP staat informatie over hoe bedrijven de keuze van de veiligheidsaanbevelingen moeten maken. De P-zinnen worden vastgesteld aan de hand van het gebruik van de stof of het mengsel. Artikel 28 beschrijft de voorrangsbeginselen voor veiligheidsaanbevelingen. Het Richtsnoer voor etikettering en verpakking in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1272/2008 (externe link) geeft een toelichting op hoe het aantal  P-zinnen beperkt kan worden tot de zes die CLP voorschrijft als maximum (tenzij in uitzonderingsgevallen meer zinnen nodig zijn om de aard en de ernst van de gevaren aan te geven).

Welke CLP pictogrammen horen op vaten met infectueus of radioactief materiaal?

Geen. Infectueus materiaal en radioactieve stoffen vallen niet onder CLP. De verordening is niet van toepassing op radioactieve stoffen (artikel 1, lid 2 onder a). Infectueus materiaal  -specifiek ziekenhuisafval, infectieuze micro-organismen en diagnostische monsters die direct na analyse de bestemming ‘afval’ krijgen - zijn afvalstoffen en vallen ook niet onder CLP (artikel 1, lid 3). Op deze materialen is andere wetgeving van toepassing zoals de afvalstoffenwetgeving, vervoerswetgeving en de wetgeving over radioactieve stoffen.

Onder de Stoffenrichtlijn werd op etiketten de term ‘stof nog niet volledig getest’ of ‘niet volledig geteste stof’ gebruikt. Hoe moet ik daarmee omgaan onder CLP?

Onder CLP is het niet toegestaan om de tekst ‘stof nog niet volledig getest’ of ‘niet volledig geteste stof’ op een etiket te gebruiken.
De verplichting om op het etiket de waarschuwing ‘niet volledig geteste stof’ te vermelden, gold onder de Stoffenrichtlijn (67/548/EEG) tot 1 juni 2008. Deze verplichting was van toepassing op nieuwe stoffen met een kennisgevingplicht. Alleen stoffen met een marktvolume minder dan 1 ton per jaar en voor tussenproducten met een beperkt testpakket vielen onder deze bepaling. De betreffende bepaling in de Stoffenrichtlijn is per 1 juni 2008 vervallen en daarmee ook de verplichting om op etiket te vermelden dat stof niet volledig is getest.

Echter, bij de indeling van een mengsel geldt in geval van acute toxiciteit het volgende: wanneer van een bestanddeel geen bruikbare informatie beschikbaar is en de concentratie daarvan in het mengsel is ten minste 1% dan mag op het etiket en in het veiligheidsinformatieblad de volgende aanvullende tekst staan: ‘Het mengsel bestaat voor x procent uit bestanddelen waarvan de giftigheid niet bekend is’ (zie bijlage I sectie 3.1.3.6.2.2).

Wanneer gelden afwijkende etiketteringsvoorschriften en waar staan die in CLP?

De etiketteringsvoorschriften staan in artikel 17 en bijlage I (sectie 1.2) van de CLP. In bijlage I, sectie 1.2.1.3 van de CLP verordening staan de minimale afmetingen voor etiketten en pictogrammen.. In artikel 17 staat welke informatie op het etiket moet staan.

In een aantal gevallen is afwijken van deze eisen toegestaan. Zo geeft artikel 23 (en bijlage 1 sectie 1.3) een overzicht van de bijzondere gevallen waarvoor afwijking van de etikettering voorschriften is toegestaan (o.a. voor bepaalde gasflessen, aerosolen en legeringen). Artikel 29 geeft verder nog twee typen uitzonderingen die zijn uitgewerkt in CLP bijlage I onder punt 1.5. De eerste uitzondering geldt voor kleine of vreemd gevormde verpakkingen waarop niet alle verplichte talen geplaatst kunnen worden, nodig voor een bepaalde lidstaat (punt 1.5.1). De tweede gaat over verpakkingen van maximaal 125 ml (punt 1.5.2).  In het eerste geval zijn onder voorwaarden alternatieven mogelijk (zoals een uitvouwetiket), in het tweede geval kunnen onder voorwaarden etiketteringsonderdelen worden weggelaten.

Bij ruimtegebrek op een etiket waarvoor de vrijstellingen niet van toepassing zijn moet een etiket dus groter worden gemaakt om meer tekst kwijt te kunnen. Lees voor meer informatie § 5 van het richtsnoer.

Mag een leverancier de naam, het adres en telefoonnummer van een afnemer gebruiken op het etiket?

Ja, het is toegestaan voor een leverancier om in opdracht de adresgegevens van een afnemer te gebruiken op het etiket (private labelling). Omdat dit in opdracht van een afnemer gebeurt krijgt de leverancier - naast een eventuele andere rol-  ook de rol van distributeur. Meer informatie hierover vindt u in paragraaf 4.1 van het richtsnoer voor etikettering en verpakking in overeenstemming met de CLP verordening.

Als ik een stof of mengsel importeer van buiten de Europese Unie, moet ik het etiket dan omlabelen?

Ja, want ondanks VN-GHS zijn de verplichtingen ten aanzien van indeling en etikettering buiten de EU niet (altijd) gelijk aan de verplichtingen binnen de EU. U moet de stof of het mengsel opnieuw beoordelen aan de hand van de indelingscriteria in de Europese verordening CLP. Ook al heeft het betreffende land de VN-GHS regels in eigen wetgeving geïmplementeerd, dan kan het toch voorkomen dat er verschillen zijn. De individuele landen zijn namelijk niet verplicht om het gehele classificatiesysteem van VN-GHS over te nemen.

Waar moet u een verzoek indienen voor het gebruik van een alternatieve chemische naam op het etiket of in het veiligheidsinformatieblad (VIB) voor een stof in een mengsel?

Als u uw mengsel vóór of na 1 juni 2015 volgens CLP hebt ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt, dan moet u uw verzoek indienen bij ECHA. Het indienen van een verzoek is niet kosteloos. Raadpleeg de legesverordening No 440/2010 voor een overzicht van de kosten. Als u tot 1 juni 2015 uw mengsel nog niet heeft ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt conform CLP, dan gelden de bepalingen van het systeem van indeling en etikettering volgens arti kel 15 van Richtlijn 1999/45/EG (Preparatenrichtlijn). In dat geval moet u uw verzoek richten aan de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit. Dit verzoek is gratis. Verzoeken die vóór 1 juni 2015 volgens de Preparatenrichtlijn zijn goedgekeurd, blijven ook na 1 juni 2015 onder CLP geldig. In dat geval is het gebruik van de alternatieve chemische naam onder CLP toegestaan.

Zie voor meer informatie ook hoofdstuk 20 van het inleidend richtsnoer voor de CLP-verordening en de website van ECHA.

Welke verplichtingen gelden er ten aanzien van de taal op het etiket bij het leveren van een product (bijvoorbeeld een schoonmaakmiddel) in Nederland afkomstig uit een ander Europees land?

Voor stoffen en mengsels die op de Nederlandse markt worden gebracht moet de Nederlandse taal op het etiket worden gebruikt. Daarnaast mogen leveranciers de informatie op het etiket ook in andere talen opnemen, mits in alle gebruikte talen dezelfde gegevens worden vermeld. In artikel 17 van de verordening staat waaraan het etiket van een gevaarlijke stof of mengsel moet voldoen. De tekst van CLP kunt u downloaden van de rubriek wetgeving.
Let op!
Naast de andere eisen aan de etikettering van gevaarlijke stoffen en mengsels, gelden er ook andere criteria om stoffen en mengsels in te delen. Deze criteria staan in bijlage I van de verordening. Als u een fabrikant of importeur bent, dan moet u de stoffen of mengsels opnieuw beoordelen. Deze verplichting geldt ook voor sommige downstreamgebruikers (formuleerders en in sommige gevallen voor producenten van voorwerpen). Voor stoffen moet dit uiterlijk op 1 december 2010 gebeuren. Voor mengsels is de deadline 1 juni 2015. Zie ook de overgangsperiode op website.